Landgoed Hydepark – 2 rondleidingen met gids
Tijdens de wandeling vertelt gids Henk allerlei wetenswaardigheden over ruim 2 eeuwen historie van het landgoed, de verschillende gebouwen, waaronder het in Neorenaissance-stijl gebouwde ‘paleis’ Hydepark dat in 1945 door een ontploffing verwoest werd, en over de nog aanwezige rijksmonumenten (tuinmanhuis, portierswoningen, stokerswoning, ijskelder, boerderij met stallen en Oranjerie met berceau). Verder komen de (voorname) bewoners van deze huizen, de grootte en ontstaansgeschiedenis van het landgoed en de inrichting door een bekende landschapsarchitect aan bod. In het begin van de 19e eeuw was een groot deel van het gebied tussen de Driebergsestraatweg en de Oude Arnhemsebovenweg in Doorn eigendom van Sophie van Hardenbroek. In 1830 koopt Gerhard Hoff het huis en de gronden. In 1835 krijgt hij de gronden ten noorden van de Arnhemsebovenweg in erfpacht van de Domeinen. Hierdoor ontstaat een landgoed van ongeveer 140 hectaren. Na verschillende eigenaren kwam het landgoed in 1885 in handen van bankier Hendrik Maurits Jacobus van Loon, die het landgoed Heidepark liet omvormen tot het huidige Hydepark. De Amsterdamse architect H.N. Landré ontwierp een nieuw hoofdhuis en bijgebouwen, geïnspireerd door de Franse architectuur van Lodewijk XIV. De gebroeders Copijn ontwierpen en legden het landschapspark aan. Tijdens de oorlog werd Hydepark bezet door de Duitse bezetters en diende het als hoofdkwartier voor de arbeidsdienst. Het landhuis werd door brand en later door een ontploffing verwoest. De Oranjerie, gebouwd tussen 1885 en 1888, is een rijksmonument en een overblijfsel van de 19e eeuwse aanleg. Het diende als onderkomen voor de exclusieve plantencollectie van Van Loon. Tegenwoordig is de Oranjerie een trouw- en vergaderlocatie en is de formele tuin een overblijfsel van de historische aanleg. x. Volgens het Rijksmonumentenregister is de historische tuin- en parkaanleg op het huidige landgoed Hydepark in ‘late landschapsstijl met geometrische tuinelementen’. De plek waar het ‘paleis Hydepark’ ooit stond is het belangrijkste centrum van de aanleg, waar vanuit een zevental uitwaaierend zichtassen in zuidelijke richting lopen. Een aantal van de zichtlijnen is waarneembaar vanaf de westelijke oprijlaan. Van de twee andere zichtassen boven de huisplaats van Hydepark kijkt een uit op het voormalige hertenkamp en een oostelijk zicht sluit aan op een van de drie zichten van de villa La Forêt. Het klokvormige licht glooiende gebied ten noorden van de Driebergsestraatweg heeft voornamelijk een open landschappelijk karakter, met oorspronkelijk een netwerk van slingerpaden. Het gebied is beplant met doelbewust geplaatste solitaire bomen en struiken die de dieptewerking versterken. Nabij de Driebergsestraatweg ligt een onregelmatig gevormde vijver, waar oorspronkelijk twee beekjes in uitmondden die de vijver van vers water voorzagen. Op de westelijke oprijlaan zijn aftakkingen die naar bijgebouwen leiden. De meest zuidelijke aftakking loopt langs een hoog opgeworpen met loofbomen beplante heuvel, waarop oorspronkelijk de watertoren stond. Aan de westzijde van de heuvel bevindt zich een ijskelder en de weg vervolgt zich tot achter de Oranjerie en eindigt op de Hydeparklaan. De zichtas vanaf de Oranjerie op de huisplaats van Hydepark is verstoord, ondanks een in 1994-’95 gerestaureerde berceau. Tussen de berceau en de Oranjerie ligt een rechthoekige verdiepte geometrische tuin met een vijver, border en omzoomd door struiken. Noordelijk is een derde aftakking langs een ovaalvormige rozentuin naar het koetshuis en het boerderijcomplex. De rozentuin was volgens een geometrisch patroon verdeeld in kleinere perken waarin honderden verschillende soorten rozen waren geplant en welke binnen het oeuvre van Hendrik Copijn een nieuw element vormden. Daarvóór waren de ontwerpen van Copijn in ‘pure’ landschapsstijl, waarbij de paden als het ware met de passer waren te volgen. Het ontwerp van Hydepark is een van Copijns eerst uitgevoerde ontwerpen met geometrische deeltuinen. Het zuidwestelijke deel van het park heeft een voornamelijk agrarisch karakter met langs de Hydeparklaan een drietal weilanden. Meer noordelijk heeft het gebied een glooiend karakter en gaat over in het parkbos. In dit noordwestelijke deel ligt een slingervijver die nabij de Oude Arnhemsebovenweg eindigt maar eertijds onder de weg doorliep over de achterplaats. Bij de overgang van weide naar bos liggen bij de vijver cementrustieke rotsen en een brug van cementrustieke boomstammen. Dit noordoostelijke parkbos heeft een gemengd karakter van loof- en naaldbomen met onverharde slingerpaden. Een rechte beukenlaan en noord-zuidas op huis Hydepark komt noordelijk uit op de tunnel (onder de Oude Arnhemsebovenweg) of grotto die hier een van de verbindingen met de overplaats, tegenwoordig een camping en begraafplaats, vormde. De overplaats kon ook via een brug van cementrustieke boomstammen bereikt worden. Het gebied ten noordoosten van de huisplaats van Hydepark wordt grotendeels ingenomen door een weide die oorspronkelijk als hertenkamp gebruikt werd. De weide werd door een beekje met cascade in twee helften gedeeld. De oevers van het beekje waren met boom- en struikgroepen beplant. Deze begroeiing is nog aanwezig en geven het terrein een extra dieptewerking. Over de weide loopt een zichtas richting de plaats van het verdwenen landhuis. Ten zuiden van de weide staat een houten prieel met daarachter op een langwerpige heuvel een verhoogd pad met aan weerszijden imitatie rotsen. Oostelijk van het hertenkamp ligt een klein tenniscomplex met een oorspronkelijk hekwerk van omstreeks 1900. Het tennishuisje is een 20e-eeuwse interpretatie van de voorganger. Het gebied ten noorden van het tenniscomplex valt buiten de bescherming.
Address
Ingang Driebergsestraatweg naast nr 52, Doorn