Museum Ergens in Nederland 1939-1945

Weerdingerhaag 8, Emmen
Show on the map
13 - 14 September 2025
Overview

Museum “Ergens in Nederland 1939-1945” is een verzameling items uit de Tweede Wereldoorlog die sinds maart 2015 is tentoongesteld in het museum in Emmen. De verzameling bestaat uit originele voorwerpen tot en met 1945. Aan de hand van duizenden items wordt het verhaal van de Tweede Wereldoorlog verteld. De verhalen variëren van bijzondere persoonlijke lokale verhalen via algemene oorlogsverhalen over specifieke voorwerpen naar leuke verhalen over, hoe het museum aan specifieke items is gekomen. De verzameling is bij elkaar verzameld door Erik Zwiggelaar. Zijn verzamelpassie begon ergens in de jaren ’80 van de 20e eeuw. Achter het huis van zijn grootouders in Erica, waar in de oorlog een Amerikaanse B17 bommenwerper was neergestort. Hier werden door Erik veel zondagen doorgebracht met het zoeken naar resten. Eerst op het oog, later met een metaaldetector. In het museum is een afdeling met allerlei bodemvondsten waar de onderdelen van deze Amerikaanse bommenwerper te zien zijn. Een bijzonder museumstuk: T-Stoffcontainer van 20 liter Deze is gebruikt als brandstofcontainer voor het startmechanisme voor de V1. Het is in 1943 gemaakt door het bedrijf Heinrich Ritter, Aluminiumwarenfabrik Werk Esslingen. De container is Afkomstig van de V-1-afvuurlocatie Azelo/Platenkamp. In Almelo zijn in najaar 1944 vier lanceerbanen voor V1-bommen aangelegd door Italiaanse krijgsgevangenen, bij Bolkshoek, Nijreesbos, Maatveld en Platenkamp. De lanceerbanen bestonden uit een betonnen platform, waterput, poeren en de richtplaat. De baan was in gebruik van 15 februari 1945 tot 30 maart 1945. Het betrof Feuer Stellung 561, 2 Batterie van Flak Rgt 155. Voor ieder lancering was een hoeveelheid nodig van 60 liter T-Stoff Waterstofsuperoxyde en 5 liter Z-Stoff Kaliumpermagnaat (uit vierkante aluminiumcontainers van 5 liter). T-Stoff en Z-stoff werden samen gebruikt in de Dampfferzeuger (startapparaat voor de V1) ook wel “Schleuderkolben” genoemd. Mobilisatieringen In de verzameling zijn een drietal mobilisatieringen opgenomen met als tekst “Mobilisatie 1939”. Deze drie ringen zijn van slechte kwaliteit, waarschijnlijk veel gedragen. De drie ringen hebben een tekstvlak waarop vaak de initialen van de drager werden geplaatst. Maar er waren ook andere vormen. Wie ze gemaakt heeft is niet bekend, maar we gaan er vanuit dat deze ringen in opdracht door juweliers werden geproduceerd. In de collectie bevindt zich een verzameling mallen/stempels die gebruikt zijn voor het maken van de mobilisatieringen. Een van de ringenmakers was Clair van Praag Sigaar uit Amsterdam, die in de oorlog nog in Kamp Westerbork terecht kwam. Gedurende de oorlog zijn er Duitse ringen gemaakt die veel op de modellen van de Nederlandse mobilisatiering lijken. Naast modellen met initialen van veelal de drager zijn er ook ringen met de symbolen van de diverse eenheden. Zo zijn er op internet modellen te vinden met de symbolen van de Mariniers, Artillerie en Grenadiers. In de collectie is een mal te vinden met daarop de Nederlandse helm. De modellen zijn veelal opgebouwd uit drie onderdelen, dat zijn de voorplaat van de ring, zij-symbolen en achterteksten. Ook zijn er modellen die lijken op de mobilisatieringen maar die later in de oorlog voor Duitse eenheden zijn gemaakt. Uniformjas van Officier der Mariniers Gerard Wilhelmy Damsté Gerard Wilhelmy Damsté is op 28 oktober 1905 geboren in Zandvoort. Gerard was de zoon van Reinder Frederik Carel Wilhelmy Damste (1865-1944), sigarenfabrikant en Johanna van der Velden (1869-1931). Gerard trouwde op 9 augustus 1932 te ’s-Gravenhage met Johanna Jacoba Manse (geboren 1901). Ze hadden één zoon en één dochter. Gerard had als marine stamboeknummer 2.038. Zijn promotie volgde in 1923 als eerste groep die de 4 jarige opleiding Zeedienst en Mariniers volgden. Op 16 augustus 1927 is Gerard bevorderd tot 2e Luitenant der Mariniers, op 16 augustus 1929 tot 1e Luitenant der Mariniers en op 16 augustus 1940 tot Kapitein der Mariniers. Gerard bevond zich in 1941 in Nederlands Oost-Indië op het eiland Java. Hij was bevelhebber van een afweerdek aan boord van de Hr. Ms. De Ruyter. Tijdens de slag in de Javazee op 27 februari 1942, ging Hr. Ms. De Ruyter ten onder waarbij Gerard is omgekomen. Stengun 9mm Mk V van majoor Jean Salomon Simon Majoor Simon was van de Special Air Services, stafcompagnie van de 3e Regiment de Chasseurs Parachutistes (operatie Amherst). Hij is gewond geraakt tijdens de Operatie Amherst bij de gevechten in Spier. Tijdens deze gevechten had hij een Brengun overgenomen van zijn gesneuvelde collega sergeant Claudius Francois Campan. Hij werd in zijn hoofd geraakt. Gewond werd hij afgevoerd naar Hoogeveen, waar hij overleed. Zijn stoffelijk overschot is overgebracht naar Coevorden, waar de SAS-militairen zich na de acties verzamelden. Hij werd in Coevorden begraven. De begrafenis is begeleid (erepeloton) door de verzetsgroep van Coevorden onder leiding van de heer Wolbers, die destijds dit wapen gekregen zou hebben. Oplichtende halsdoeken achtergebleven in Drenthe In het aanvalsplan van operatie Amherst werd de geel oplichtende halsdoeken specifiek benoemd als uitrusting voor deze operatie. Hiermee konden de para’s in het donker elkaar vinden. Als de groepen verenigd waren werden de halsdoeken verborgen. Na de gevechten werden de halsdoeken weer zichtbaar gedragen als een soort ereteken. Op de oude foto’s en films van de bevrijding van Drenthe kom je soms de para’s met hun gele halsdoeken tegen. Helm en veldcommunieset van Honrary Captain Francis (Frank) Walker Armstrong Frank Armstrong maakte onderdeel uit van de Queens Own Cameron Highlanders of Canada. Hij zat vanaf 1940 in het Canadese leger en tijdens de eerste jaren werkte hij als priester in een krijgsgevangenenkamp in Canada. Op zijn eigen verzoek werd hij naar Engeland gezonden. Hij miste D-Day omdat men hem, met zijn 44 jaar, te oud vond voor de invasie in Frankrijk. Vrij snel kwam hij weer bij zijn afdeling terecht. Vanaf Caen via België kwam hij uiteindelijk in Groningen terecht. Nadat de vijandelijkheden waren gestaakt op 7 mei 1945 werd Frank bevorderd tot honorary majoor. Tot januari 1946 bleef hij in Europa en ging vervolgens terug naar Canada. Frank overleed in 1986 op 86-jarige leeftijd. Door het programma War Junk (Canadees programma) is er onderzoek gedaan naar de helm in de collectie van het museum. Daarbij is men in contact gekomen met de zoon van Frank, Doug Amstrong. Hij is met zijn vrouw en kleinzoon het museum komen bezoeken en daarbij is hij verenigd met de helm van zijn vader. Als dank heeft hij de veldcommunieset van zijn vader in het museum achtergelaten. Poëziealbum van Inge Winter uit kamp Westerbork Inge Winter is op 7 februari 1931 geboren in Essen (Duitsland). Omdat vader Ernst Winter Joods was – alhoewel hij protestants was geworden – vluchtte hij kort na de Kristallnacht uit zijn land. In april 1939 volgden Inge en haar moeder Käthe Emma Landwehrkamp hun vader en kwamen ze samen terecht in Arnhem. Na te zijn opgevangen in Reuver, Schoorl, Elspeet en Sluis, kwam het gezin in juli 1940 aan in het vluchtelingenkamp Westerbork. Waar de het best naar haar zin had, zo was er een school en werd er en operette opgevoerd waarin Inge mee mocht spelen. Voor haar verjaardag in 1941 kreeg Inge per post het poëziealbum van de familie Kropf. In de kampperiode schreven vele vriendinnetjes in het kamp een bijdrage in het poëziealbum. Ook kreeg ze dat jaar een zilveren ring voor haar verjaardag met haar initialen, gemaakt van een kwartje. Op 14 juli 1942, de dag voor het eerste transport uit Westerbork naar Auschwitz, vestigde het gezin zich in Amsterdam. Omdat enkel vader Joods was en zogenaamd gemengd gehuwd was, mocht het gehele gezin het kamp verlaten.

Address
Weerdingerhaag 8, Emmen

52.7990367, 6.8986931

Enter an address like "Chicago, IL".